FOKSUK
SLIDESHOW
WEER
CHESS
VIDEO



vrijdag 16 maart 2012

Meer dan 100 euro voor een volle tank

Gemeten in euro’s was olie nog nooit zo duur als nu. Beleven we de derde oliecrisis? Het was een vreemde gewaarwording bij het tankstation: voor het eerst van mijn leven zag ik het bedrag op de pomp van 99 euro naar 100 springen. De teller tikte zelfs nog even verder voordat de klik van het vulpistool aangaf dat de tank eindelijk vol was.

Meer dan 100 euro voor een volle tank. Dat zijn 100 euro’ s die ik niet kan uitgeven in de winkel of het restaurant. Het geld gaat (deels) naar een grote oliemaatschappij en die geeft het (deels) door aan olieproducenten. Bijvoorbeeld aan Saoediërs, die er vervolgens een smakeloze wolkenkrabber van bouwen, de op een na hoogste van de wereld, met in toren vier, door twee miljoen LED-jes verlichte klokken. Verspild geld.

Duurder dan ooit
De benzine is zo duur omdat de olie zo duur is. Vooral in euro’s. Door de schuldencrisis in Europa is de euro in waarde gedaald. Tegelijkertijd is door aantrekkende groei in de VS, doorgaande groei in China en onrust rond Iran, de prijs van een vat Brent olie flink gestegen. Omgerekend naar euro’s kost een vat Brent nu zo’n 93,50. Zo veel betaalden Europeanen nog nooit. (Zie de grafiek Olieprijs op record)

De dure olie drijft de inflatie op. In februari steeg het prijspeil in de eurozone met 2,7 procent. Dat is ruim boven het door de ECB gehanteerde maximum van 2 procent. Zonder de stijgende energieprijzen was de inflatie op een keurige 1,9 procent uitgekomen.

De hogere inflatie erodeert de koopkracht. Consumenten, toch al kopschuw door crisis en recessie, houden minder geld over om in de binnenlandse economie te steken. Energie-intensieve bedrijven moeten de extra kosten afwentelen op afnemers, snijden in de kosten of zien hun winst wegsmelten.

Dat komt allemaal op een buitengewoon slecht moment, nu grote delen van het eurogebied in een recessie zijn beland. Hebben we bovenop de kredietcrisis en de eurocrisis, nu ook nog een oliecrisis?

Eerste oliecrisis
Op het eerste gezicht wel. Eind 2008 koste een vat Brent tot ongeveer 30 euro. Nu is hetzelfde vat ruim 200 procent duurder. Ter vergelijking: tijdens de eerste oliecrisis in 1973 steeg de olieprijs (Arabian Light, in dollars) met 250 procent. In 1979, tijdens de tweede oliecrisis, was die toename 120 procent. (bron: EIA)

Bij die twee oliecrises van de jaren zeventig was de stijging sneller dan nu, maar in procenten is de stijging van nu vergelijkbaar. Maar toch is de kans op een echte, ouderwetse oliecrisis in 2012 bijzonder klein.

Niet alleen omdat onze economie anno 2012 veel minder afhankelijk is van olie van een kwart eeuw geleden – we zijn inmiddels een diensteneconomie geworden. Maar vooral omdat de monetaire omstandigheden volstrekt anders zijn.

Inflatie van 10 procent
In de jaren zeventig zorgde dure olie voor enorme inflatie. De geldontwaarding schoot omhoog naar meer dan 10 procent in 1975. De jaren daarna zakte de inflatie weer wat, naar 4,1 procent in 1978. De tweede oliecrisis zorgde voor een nieuwe golf van prijs- en loonstijgingen. In 1980 kwam de inflatie uit op 6,5 procent. In de twee jaren die daarop volgde bleef het prijspeil op jaarbasis met 6 procent of meer stijgen.

Dure olie leidde tot dure producten, dure producten zorgden voor looneisen, en de hoge lonen werden weer doorberekend in hogere prijzen. Om die loonprijsspiraal te stoppen, moesten centrale banken hard optreden. De korte rente steeg naar meer dan 10 procent en liep begin jaren tachtig zelfs op naar bijna 12 procent. Lange rente werd meegetrokken. In 1974 en 1981 betaalden investeerders en huizenkopers zo’n 9 procent op hun leningen.

De hoge rente schaadde de economie. De groei viel terug en de werkloosheid liep op. In Nederland prikte de hoge hypotheekrente ook de huizenzeepbel door. Huizenprijzen waren eind jaren zeventig enorm opgelopen, maar bij rentes van negen procent waren de huizen opeens onbetaalbaar.

Het was pijnlijk, maar noodzakelijk. Om de inflatie te temmen, moesten de monetaire autoriteiten begin jaren tachtig een recessie forceren.

Opdrogende geldmarkten
Terug naar het heden. De inflatie is iets te hoog, maar vergeleken met begin jaren tachtig buitengewoon laag. Centrale banken zijn vooral bang voor te lage kredietgroei, opdrogende geldmarkten en deflatie. Geen bankier is van plan de rente te verhogen. De economie moet worden aangezwengeld, niet afgeremd.

De olierecessies uit het verleden werden niet veroorzaakt door de hoge olieprijs, maar door de rentestijging van centrale banken. Zolang die het hoofd koel houden is de dure olie een vervelend ruilvoetverlies voor olie-importeurs, maar is er van een oliecrisis vergelijkbaar met die in de jaren zeventig geen sprake. [Z24]

0 reacties :

Een reactie plaatsen