FOKSUK
SLIDESHOW
WEER
CHESS
VIDEO



zondag 22 april 2012

Soepel ontslag

Iedereen doet het, behalve Nederland. Versoepeling van het starre ontslagrecht is taboe. Maar vijf jaar geleden kreeg Piet Hein Donner het onmogelijke bijna voor elkaar. Deel 3 van de serie Gemiste Kansen.De Spaanse regering pakt de ontslagbescherming aan. De ontslagvergoeding gaat omlaag. Bedrijven met dalende omzet hoeven ontslagen werknemers nog maar 20 dagen loon voor ieder dienstjaar te betalen, met een maximum van een jaarsalaris.

Ook Italië hervormt de arbeidsmarkt. Ontslagvergoedingen gaan omlaag en de juridische belemmeringen voor ontslag worden verminderd. Insiders krijgen minder bescherming, ten bate van outsiders op de arbeidsmarkt. Hetzelfde gebeurt in Griekenland. En in Portugal.

Nederland praat alleen
Maar niet in Nederland. Hier wordt over versoepeling van het ontslagrecht alleen gepraat. Besluiten vallen er niet. Misschien dat premier Mark Rutte volgende week vanuit het Catshuis met de verrassing van echte arbeidsmarkthervorming komt, maar erg waarschijnlijk is dat niet.
Het ontslagrecht is in Nederland nog strenger dan in Spanje, Italië en Griekenland. Althans, voor werknemers met een vaste baan. Dat blijkt uit berekeningen van de Oeso. In Portugal is (of beter: was) het wel moeilijker om een werknemer met een vast contract te ontslaan.
Werknemers met een tijdelijk contract genieten in Nederland juist relatief weinig bescherming. In Griekenland, Portugal, Spanje, Italië is het moeilijker een flexwerker te ontslaan dan hier. In Nederland, kortom, is het verschil in bescherming tussen de vaste en de flexibele baan buitengewoon groot.

Duale arbeidsmarkt
Veel economen zien dat als een probleem. Een duale arbeidsmarkt, met grote verschillen tussen vast en flex, is oneerlijk en inefficiënt. Wie een vaste baan heeft hoeft nauwelijks meer te concurreren met nieuwkomers.
Wie op een flexcontract zit, heeft weinig kans op vast werk. Dit belemmert de gezonde dynamiek en doorstroming op de arbeidsmarkt. Werknemers hebben hun baan niet omdat zij de juiste man of vrouw op de juiste plek zijn, maar vanwege historische rechten.
Bovendien beschermt het arbeidsrecht vooral werknemers die goed voor zichzelf op kunnen komen en een sterke onderhandelingspositie hebben. Wie dat niet heeft, gaat van het ene wankele flexcontract naar het andere. Ontslagrecht beschermt de sterken, niet de zwakken.
Logisch dat in de hervormingsplannen van alle eurolanden in problemen, aanpakken van het ontslagrecht hoog op het lijstje staat. Wat minder bescherming voor de vaste baan, wat meer voor de flexwerker. Het gaat de recessie op korte termijn niet oplossen, maar zorgt wel voor meer groeipotentieel.
In Nederland is de eurocrisis nog (lang) niet heftig genoeg om het traditionele verzet tegen versoepeling van ontslagrecht te breken. De Oeso schrijft in zo ongeveer ieder rapport (bijvoorbeeld hier of hier) over Nederland, dat de regering er echt werk van moet maken. Maar de politiek wil er niet aan.

Beweging in de zaak
Eén keer kwam Den Haag dicht bij een hervorming van het ontslagrecht. Dat was in de lente van 2007. Toen leek er even beweging in de zaak te zitten.
Minister van Sociale Zaken Piet Hein Donner deed een voorstel om de ontslagbescherming voor werknemers met een vaste baan te verminderen. In principe had dat goed kunnen vallen in de regeringscoalitie die toen bestond uit CDA, PvdA en de Christen Unie.
Van dat drietal was de PvdA de natuurlijke tegenstander van arbeidsmarkthervorming. Maar onder leiding van Wouter Bos was de partij aan het veranderen. Bos had zich een fervent aanhanger van het Scandinavische model getoond, dat soepel ontslag koppelt aan gulle, maar korte uitkeringen.
Bovendien durfde Bos toe te geven dat de vakbonden vooral uit waren op het verdedigen van hun gevestigde belangen en moeilijk mee te krijgen waren bij veranderingen. De band tussen vakbond en PvdA was losser geworden.

Donners muizengaatje
In het regeerakkoord van Balkenende IV was de formulering nog vaag. Het kabinet zou kijken naar ‘flexibilisering van de arbeidsmarkt en de betekenis van het ontslagrecht daarvoor’. Maar Donner vond in deze zinsnede het muizengaatje dat hij nodig had om met een voorstel tot versoepeling te komen.
Het had gekund in 2007. De brede coalitie van centrum links en centrumrechts had het arbeidsrecht kunnen hervormen. Maar toen het er op aan kwam kreeg de PvdA-fractie in de Tweede Kamer toch koudwatervrees.
Slechte peilingen trokken de partij weer richting de oude alliantie met de vakbond. FNV-voorzitter Agnes Jongerius verklaarde de versoepeling tot taboe, en de PvdA-fractie koos eieren voor haar geld. Een ‘participatietop’ met de sociale partners mislukte, en eind 2007 struikelde het kabinet bijna over het voorstel van Donner.
De CDA'er trok zijn voorstel in. Het onderwerp werd veilig geparkeerd bij een commissie onder leiding van Peter Bakker. Toen die een jaar later met zijn rapport kwam, stond daar bar weinig in over versoepeling van het ontslagrecht. Het momentum was gepasseerd. Alles bleef bij de oude. Doodzonde. [Z24]

0 reacties :

Een reactie plaatsen