FOKSUK
SLIDESHOW
WEER
CHESS
VIDEO



zaterdag 25 februari 2017

Petula Clark - This is my song

“This is my song” werd in 1966 door Charlie Chaplin gecomponeerd voor de soundtrack van de film “a Countess from Hong Kong” die hij schreef, (mede) produceerde en regiseerde. Daarin kwam het nummer alleen instrumentaal voor. Ook bood hij het liedje Petula Clark aan. Die kende hij omdat ze vlakbij elkaar in Zwitserland een huis hadden. Haar echtgenoot en manager ontving een copy terwijl het paar in Amerika was. Hij zag er wel wat in, vooral voor de Duitse markt. Echter: Petula’s vaste producer Tony Hatch zag helemaal niets in het nummer. Hij weigerde een arrangement te maken. Uiteindelijk werd dat gedaan door de Amerikaan Ernie Freeman. Sonny Burke deed de productie. Beiden werkten veel samen met Frank Sinatra. Aan de opname werd ook meegewerkt door leden uit de bekende pool van studiomuzikanten: the Wrecking Crew. In de Western Studios te Los Angeles nam Petula een Franse (“C’est ma chanson”), Italiaanse (“Cara felicità”) en Duitse versie (“Love, so heisst ein song”) op. In eerste instantie weigerde ze de Engelse tekst van Chaplin te zingen. Deze was opzettelijk, voor de film, nogal ouderwets geschreven. Omdat er nog studiotijd over was kreeg Burke met zachte dwang Clark zover dat ze toch die Engelse versie inzong. Ze dacht dat het ging om een track die op een album terecht zou komen. Toen ze hoorde dat haar platenmaatschappij het nummer op single wilde uitbrengen probeerde ze dat nog te voorkomen. In plaats daarvan stond ze in februari 1967 voor het eerst in zes jaar weer op de eerste plaats van de Engelse hitparade. Een versie van Harry Secombe belande op de 2e plaats. In de Veronica Top 40 bereikte beide platen gedeeld de hoogste positie. In Amerika werd de single met een minuut ingekort. Deze bereikte de 3e plaats in de Billboard Hot 100.


Boudewijn de Groot - Het land van maas en waal (Week 08 - 1967)

Frank Boudewijn de Groot werd op 20 mei 1944 geboren in een Japans interneringskamp in Batavia, Nederlands-Indië. In 1946 kwam hij naar Nederland. Zes jaar later werd hij herenigd met zijn vader, broer en zus en ging wonen in Heemstede. Daar maakte hij kennis met Lennaert Nijgh. Op de HBS maakte hij indruk met vertolkingen van liedjes van Jaap Fischer en Jacques Brel. In zijn vriendengroep dook ook Nijgh weer op. Beiden waren geïnteresseerd in film, en samen maakten zij in hun examenjaar een filmpje getiteld “Feestje bouwen” waarin Boudewijn een tweetal liedjes zong. Nieuwslezer Ed Lautenslager zag dit en spoorde Boudewijn aan meer nummers te maken die hij dan aan een platenmaatschappij zou aanbieden. In mei 1964 nam de Groot een aantal nummers op voor het Decca label. Deze werden op single uitgebracht maar bereikten de hitlijsten niet. Producer Tony Vos stelde vervolgens voor een paar covers op te nemen. Eén van deze nummers, “Een meisje van zestien”, werd eind 1965 Boudewijns eerste hit. Al snel volgde de eerste elpee “Boudewijn de Groot”. Hierop was ruim de helft nog nederlandstalige bewerkingen van buitenlandse nummers. Voor de tweede langspeler “Voor de overlevenden” uit november 1966 schreef Lennart Nijgh alle teksten en Boudewijn componeerde de muziek. De arrangementen waren van Bert Paige en Tony Vos tekende voor de productie. Van de elpee werd “Het land van Maas en Waal” op single uitgebracht. Het gaat niet over het land tussen de grote rivieren. Boudewijn hoorde de zin voor het eerst als kind toen hij werd voorgelezen uit “Hatsji-Bratsji’s toverballon”. Hij stelde zich er een combinatie van het paradijs en luilekkerland bij voor. Toen hij het als titel voorstelde aan Lennaert Nijgh moest die denken aan een voorstelling van de schilder Jeroen Bosch. De single stond 18 weken in de Top 40 en bereikte de 1e plaats. Voor de Engelse markt werd ook een versie van het nummer opgenomen: “the Land at rainbow’s end”. Met op de b-kant “Beautiful butterfly” (“Verdronken vlinder”). Deze single werd uitgegeven onder het pseudoniem Baldwin, een verbastering van Boudewijn.

0 reacties :

Een reactie plaatsen