FOKSUK
WEER
CHESS
PUZZLE
Tab5

vrijdag 16 april 2010

Arbeiderskinderen komen moeilijk aan de top

Hoogopgeleiden die afkomstig zijn uit een arbeidersmilieu blijven hier hun hele leven last van hebben. Ze kennen van huis uit de culturele codes van de hogere klassen niet en hebben ook niet geleerd om netwerkend hogerop te komen.

ING Groep 3.73 % === AEX-index 1.64 %
Dat concludeert Mick Matthys die vrijdag 16 april promoveert op dit onderwerp. Voor zijn dissertatie ondervroeg Matthys academisch opgeleiden tussen de 44 en 65 jaar die afkomstig zijn uit een arbeidersmilieu.

Kan een dubbeltje nooit een kwartje worden?
"Een dubbeltje kan prima een kwartje worden, maar het kost wel veel moeite. Het dubbeltje blijft zich vaak een dubbeltje voelen. Het begint al bij het studeren. Iemand uit een arbeidersmilieu die goed kan leren, wordt daar over het algemeen wel in gestimuleerd. Maar als dan de vraag komt of iemand naar de universiteit gaat, is dat in arbeidersmilieus veel minder vanzelfsprekend."

"Gaat iemand dan toch naar de universiteit, dan is dat vaker dicht in de buurt van het ouderlijk huis en er is veel druk om te kiezen voor een studie die leidt tot een beroep met een bekende status (arts bijvoorbeeld). Tot zover stimuleren ouders een kind nog wel, maar als het kind dan thuis komt en anders gaat praten en nadenken, dan kunnen de ouders het niet meer goed volgen."

En in carrièreperspectieven?
"Mensen uit lagere milieus zijn over het algemeen minder ambitieus, zijn tevreden met een vaste baan. Vanuit hun achtergrond zijn de verwachtingen niet heel hoog, dat moeten ze overstijgen. Ook hebben ze niet de sociale netwerken en kennen ze de sociale codes niet."

"Een voorbeeld is klassieke muziek. In hogere sociale milieus is het heel normaal om naar klassieke muziek te luisteren en erover te praten. Dat kennen mensen uit arbeidersmilieus doorgaans niet en hebben daar ook helemaal geen zin in. Ze hebben daarom meer moeite om te netwerken op recepties en borrels. Ze weten dat ze daardoor promoties mislopen, maar voor hen voelt dat als politieke spelletjes. In hun baan ligt de nadruk sterk op professionaliteit. Belangrijk is dat ze goed in hun baan zijn, promoveren naar management hoeft van hen niet."

Je hebt mensen onderzocht van een bepaalde leeftijd. Is dit anders voor jongere generaties?
"Er zijn nog steeds milieus waar het helemaal niet vanzelfsprekend is dat als je goed kunt leren, je ook naar het vwo gaat, zowel voor allochtonen als voor autochtonen. Maar er is wel wat veranderd. Het is gemakkelijker geworden om naar het vwo te gaan en daarna door te studeren. Toch blijven dan die sociale codes een rol spelen. Deze studenten worden niet lid van verenigingen. Ze weten wel dat het een goed sociaal netwerk oplevert, maar toch hebben ze het gevoel dat het niets voor hen is. Ze willen er niet eens bij."

Op welke manier kan dit patroon worden doorbroken?
"In het onderwijs moet meer aandacht worden besteed aan kinderen uit lagere sociale milieus die goed kunnen leren. Leerkrachten spelen daarbij een heel belangrijke rol in de psychologische ondersteuning van hun leerlingen. Bijna iedereen die ik heb gesproken had duidelijke herinneringen aan zijn leerkrachten. Als ze goed gestimuleerd waren, waren ze dankbaar. Als ze leraren hadden die niet in ze geloofden, voelden ze nog heel lang een bepaalde wrok tegen die persoon."

En voor de doorstroom naar topposities?
"In de VS wordt een lager sociaal milieu in bepaalde gevallen als iets positiefs gezien. Zo bevonden zich onder de slachtoffers van 11 september relatief veel hoger opgeleiden die waren opgegroeid in de arbeiderswijk The Bronx. Daar waren ze heel gewild in de financiële sector omdat het straatvechters zouden zijn. Zo'n soort effect kon ik voor Nederland niet vaststellen." [z24.nl]

0 reacties :

Een reactie plaatsen