FOKSUK
SLIDESHOW
WEER
CHESS
VIDEO



zaterdag 18 februari 2017

The Beatles - Penny lane / Strawberry fields forever

Op 24 november 1966 begonnen de opnamesessies voor de elpee “Sgt. Pepper’s lonely hearts club band” in de Londense EMI Studios, de latere Abbey Road Studios. Het eerste nummer waar aan gewerkt werd was “Strawberry Fields forever”. Het nummer was geschreven door John Lennon die ervoor putte uit zijn herinneringen aan het spelen in de tuin van Strawberry Field. Dat was een kindertehuis van het Leger des heils in Liverpool waar hij vlakbij woonde. Verspreid over vijf weken werd er zo’n 45 uur gewerkt aan het liedje voor het klaar was. In eerste instantie waren er meerdere versies van het nummer. Twee ervan werden door producer George Martin en geluidstechnicus Geoff Emerick samengebracht in het eindresultaat. Op 29 december werd de eerste opname voor “Penny lane” gemaakt. Dit nummer, geschreven door Paul McCartney, kreeg zijn titel ook al dankzij een herinnering aan Liverpool. Penny lane was een grote bushalte waar John en Paul vaak kwamen als ze bij elkaar op bezoek gingen. Het idee voor de piccolo trompetsolo kreeg Paul na het zien van Bach’s “Brandenburg concerto”. Deze werd gespeeld door David Mason, die later aan meer Beatles nummers zou meewerken. Beide nummers waren bedoeld voor de nieuwe elpee. Echter, toen manager Brian Epstein eind januari 1967 aan producer George Martin vroeg om een nieuwe single, vertelde deze dat de band met “Penny lane” and “Strawberry Fields forever” naar zijn oordeel de beste nummers tot dan toe had gemaakt. Daarop werd besloten om een single met dubbele a-kant uit te brengen. De plaat werd op 13 februari uitgebracht in Amerika, en vier dagen later in Europa. Voor beide nummers werden promotiefilmpjes opgenomen. Omdat John, Paul, George en Ringo geen zin hadden om hiervoor naar Liverpool te gaan, gebeurde dat in London. Voor “Penny lane” werd gefilmd in East End, op King’s road en in Knole Park in Sevenoaks. Regiseur van de twee filmpjes, Peter Goldmann, filmde ook in Liverpool. Onder andere beelden van een stadsbus met als eindpunt Penny lane. Ook de promotiefilm voor “Strawberry Fields forever” werd geschoten in Knole Park. In Engeland kwam de plaat terecht op de 2e plaat. Voor het eerst in vier jaar bereikte een Beatles-single niet de hoogste positie. Dat lukte wel in Nederland. In Amerika kregen de twee nummers een aparte vermelding in de Billboard Hot 100. “Penny lane” kwam op nummer 1 terecht, “Strawberry Fields forever” op de 8e plaats.

zaterdag 11 februari 2017

Boudewijn de Groot - Het land van maas en waal (Week 06 - 1967)

Frank Boudewijn de Groot werd op 20 mei 1944 geboren in een Japans interneringskamp in Batavia, Nederlands-Indië. In 1946 kwam hij naar Nederland. Zes jaar later werd hij herenigd met zijn vader, broer en zus en ging wonen in Heemstede. Daar maakte hij kennis met Lennaert Nijgh. Op de HBS maakte hij indruk met vertolkingen van liedjes van Jaap Fischer en Jacques Brel. In zijn vriendengroep dook ook Nijgh weer op. Beiden waren geïnteresseerd in film, en samen maakten zij in hun examenjaar een filmpje getiteld “Feestje bouwen” waarin Boudewijn een tweetal liedjes zong. Nieuwslezer Ed Lautenslager zag dit en spoorde Boudewijn aan meer nummers te maken die hij dan aan een platenmaatschappij zou aanbieden. In mei 1964 nam de Groot een aantal nummers op voor het Decca label. Deze werden op single uitgebracht maar bereikten de hitlijsten niet. Producer Tony Vos stelde vervolgens voor een paar covers op te nemen. Eén van deze nummers, “Een meisje van zestien”, werd eind 1965 Boudewijns eerste hit. Al snel volgde de eerste elpee “Boudewijn de Groot”. Hierop was ruim de helft nog nederlandstalige bewerkingen van buitenlandse nummers. Voor de tweede langspeler “Voor de overlevenden” uit november 1966 schreef Lennart Nijgh alle teksten en Boudewijn componeerde de muziek. De arrangementen waren van Bert Paige en Tony Vos tekende voor de productie. Van de elpee werd “Het land van Maas en Waal” op single uitgebracht. Het gaat niet over het land tussen de grote rivieren. Boudewijn hoorde de zin voor het eerst als kind toen hij werd voorgelezen uit “Hatsji-Bratsji’s toverballon”. Hij stelde zich er een combinatie van het paradijs en luilekkerland bij voor. Toen hij het als titel voorstelde aan Lennaert Nijgh moest die denken aan een voorstelling van de schilder Jeroen Bosch. De single stond 18 weken in de Top 40 en bereikte de 1e plaats. Voor de Engelse markt werd ook een versie van het nummer opgenomen: “the Land at rainbow’s end”. Met op de b-kant “Beautiful butterfly” (“Verdronken vlinder”). Deze single werd uitgegeven onder het pseudoniem Baldwin, een verbastering van Boudewijn.

zaterdag 4 februari 2017

Spencer Davis group - I’m a man

The Spencer Davis Group werd in 1963 opgericht in Birmingham door gitarist Spencer Davis. Het viertal heette in eerste instantie the Rhythm and Blues Quartette en bestond verder uit drummer Pete York, bassist Muff Winwood en zijn 15-jarige broertje Steve als leadzanger en toetsenist. Muff moest Steve van zijn ouders meenemen naar optredens om hem uit de problemen te houden. Af en toe mocht hij meespelen, en bleek al gauw populair bij de meisjes. Zo werd hij vast lid van de groep. Een jaar later zag eigenaar Chris Blackwell van Island Records de groep optreden in een lokale club. Hij gaf ze een platencontract. Rond deze tijd veranderde ook de naam van de band. Muff verzon hem omdat “Spencer de enige was die het leuk vond om interviews te geven”. De eerste single flopte, en de drie erna hadden slechts weinig succes. Eind 1965 kwam de doorbraak met het nummer “Keep on running” dat op de 1e plaats van de Britse hitparade terecht kwam. “I’m a man” werd geschreven door Steve Winwood en de producer van de groep Jimmy Miller. De single bereikte de 9e plaats in de Britse hitparade. Een kortere versie kwam op 10 terecht in de Billboard Hot 100. In de Veronica Top 40 was de plaat goed voor de 8e plek. Steve Winwood vertrok in april ‘67 om verder te gaan in Traffic. Muff ging tegelijkertijd werken voor Island Records. In 1969 viel de groep uit elkaar, om in ‘73/‘74 in een andere formatie toch weer twee albums af te leveren.

zaterdag 28 januari 2017

Cream - I feel free

Dit Britse trio bestond uit Ginger Baker (drums), Jack Bruce (basgitaar en zang) en Eric Clapton (gitaar en zang). De laatste speelde eerder in the Yardbirds en John Mayall’s Bluesbreakers. Daarin speelde ook Bruce korte tijd voordat hij vertrok naar Manfred Mann. Baker was leider van the Graham Bond Organisation maar was de band inmiddels zat. In juli 1966 kwam Ginger naar een optreden van the Bluesbreakers om Eric te zien spelen. Op de weg terug naar London vroeg hij Clapton om lid te worden van zijn op te richten nieuwe band. Deze ging akkoord op voorwaarde dat Jack Bruce ook mee zou doen. De drie muzikanten hadden ieder al een goede reputatie opgebouwd in de bluesscene. Vandaar dat als bandnaam werd gekozen the Cream (naar: the cream of the crop, de beste) al gauw ingekort tot Cream. De eerste optredens volgden al dezelfde maand. In oktober kwam de eerste single, “Wrapping paper”, uit die een bescheiden hit werd in Engeland. De debuutelpee “Fresh cream” volgde twee maanden later. Op de Engelse versie van de langspeler stond niet de tweede single “I feel free”. Het nummer werd geschreven door Jack Bruce en de performance dichter Pete Brown, die samen meer hits voor de band zouden schrijven. De productie was in handen van hun manager Robert Stigwood. De plaat haalde net niet de top 10 in Engeland. In de Veronica Top 40 belandde hij op de 18e plaats. In Amerika kwam de plaat niet verder dan nummer 16 in de Bubbling under Hot 100 singles. Eind 1968 ging Cream door met name veel ruzies tussen Bruce en Baker uit elkaar. Jack Bruce overleed in 2014. Robert Stigwood in 2016.

zaterdag 21 januari 2017

The Monkees - I’m a believer (Week 03 - 1967)

Het was de jonge filmmaker Bob Rafelson die al in 1962 het idee had voor wat later de televisieserie “the Monkees” zou worden. Hij kreeg het echter niet verkocht. In 1964 werkte hij bij Screen Gems samen met de zoon van de directeur van deze productiemaatschappij . Samen begonnen ze een eigen bedrijfje dat na het succes van de Beatlesfilm “A hard days night” het oude plan van Bob nieuw leven inblies. In het voorjaar van ‘65 wisten ze het te verkopen aan Screen Gems Television. Eerst wilden de twee de nog niet doorgebroken band Lovin’ Spoonful vragen voor de serie. Omdat deze groep al een platencontract had ging dit niet door. Er kon dan niets aan de muziek worden verdiend. Besloten werd een groep samen te stellen. In juli werd als eerste Davy Jones geselecteerd. Deze had al enige bekendheid vanwege zijn rol in de musical “Oliver”. En hij had een langdurend contract met Screen Gems, moederbedrijf Columbia Pictures, en Colpix Records. In september stonden er advertenties in de vakbladen voor de casting van de overige bandleden. Uit de ruim 400 geïnteresseerden werden Michael Nesmith, Peter Tork en Micky Dolenz geselecteerd. Nesmith had al platen uitgebracht onder diverse namen.Tork hoorde over de auditie van Stephen Stills die was afgewezen. Dolenz was een acteur die ook in een bandje speelde. Voor de pilotaflevering werden Tommy Boyce en Bobby Hart gevraagd de liedjes te schrijven. Ook de plaatopnamen produceerden ze deels. In augustus 1966 kwam de eerste single “Last train to Clarksville” uit. Op 12 september ging de eerste aflevering van de serie de lucht in. De debuutsingle bereikte de 1e plaats van de Amerikaanse hitparades. De opvolger, “I’m a believer”, werd geschreven door Neil Diamond. Deze had het nummer zelf al eerder opgenomen. De leadzang was van Micky en de muziek werd gespeeld door sessiemuzikanten. De single was twee dagen na de release al goud, en stond maar liefst zeven weken op de 1e plaats van de Billboard Hot 100. Ook in Engeland en in de Veronica Top 40 kwam de plaat op de hoogste positie terecht. De televisieserie werd na twee seizoenen in 1968 geschrapt. De groep maakte hierna nog een film, en bleef nog platen maken en optreden. In 1970 stopten de laatste twee overgebleven leden, Davy en Micky, er mee. In later jaren zijn er nog enkele keren reunies geweest. Davy Jones overleed in 2012.

zaterdag 14 januari 2017

The Rolling stones - Let’s spend the night together

Op 13 januari 1967 kwam in Engeland de nieuwe single van the Rolling Stone uit. Het was een plaat met een “dubbele a-kant” geproduceerd door de manager van de band Andrew Oldham. “Let’s spend the night together” werd in november 1966 opgenomen in de Olympic Sound Studios in London. Om onduidelijke reden is is Keith Richards te horen als bassist in plaats van Bill Wyman. Daarnaast speelt, zoals vaker, Jack Nitzsche mee op piano. “Ruby tuesday” werd grotendeels door Keith geschreven. Samen met Brian Jones maakte hij het nummer af, hoewel Jagger/Richards als componisten van het nummer staan vermeld. Vanwege de suggestieve tekst van de andere a-kant kreeg dit nummer de meeste airplay in met name Amerika. In de veel bekeken Ed Sullivan Show werd de groep zelfs gedwongen om “Let’s spend the night together” te veranderen in “Let’s spend some time together”. Mick vergiste zich echter af en toe tijdens zijn live gezongen tekst. De muziek en achtergrondzang kwamen van band. Daarop was natuurlijk wel het originele refrein te horen. Beide nummers kregen een aparte notering in de Billboard Hot 100. “Let’s spend the night together” eindigde op de 55e plaats terwijl “Ruby tuesday” op nummer 1 terecht kwam. In de Engelse hitparade piekte de single op de 3e plek, en in de Veronica Top 40 nog een plaats hoger.

zaterdag 7 januari 2017

Tom Jones - Green, green grass of home (Week 01 - 1967)

Tom Jones werd in 1940 geboren als Thomas Jones Woodward in Treforest, Zuid-Wales. Op jonge leeftijd begon hij met zingen tijdens familiefeestjes en in het schoolkoor. Zijn bluesy zangstijl ontwikkelde hij door te luisteren naar zangers als Solomon Burke en Jackie Wilson. Maar ook Elvis Presley, met wie hij later bevriend werd, was een voorbeeld. In 1963 werd Tom zanger van Tommy Scott and the Senators. De groep kreeg al gauw bekendheid in Zuid-Wales, en nam in 1964 een aantal nummers op onder leiding van de bekende producer Joe Meek. Deze liet ze horen aan diverse platenmaatschappijen, echter zonder succes. Later dat jaar ontdekte manager Gordon Mills de groep. Hij werd Jones’ manager en gaf hem ook zijn artiestennaam. In augustus kwam zijn eerste single uit: “Chills and fever”. Het nummer werd geen hit. De opvolger “It’s not unusual” werd in maart ‘65 echter een nummer 1 hit in Engeland. “Green, green grass of home” is geschreven door de Amerikaanse liedjesschrijver Claude Putman jr. Het nummer werd in 1965 voor het eerst op de plaat gezet door countryzanger Johnny Darrell. Datzelfde jaar nam ook Jerry Lee Lewis een versie op. Tom hoorde het liedje voor het eerst toen hij een bezoek bracht aan Lewis’ platenmaatschappij in Amerika, en een exemplaar kreeg van de elpee waar het nummer opstond. Hij was er gelijk van onder de indruk. Zijn eigen versie bereikte de 1e plaats in zowel de Engelse hitparade als de Veronica Top 40. In de Amerikaanse Billboard Hot 100 kwam de plaat op nummer 11 terecht.

zaterdag 31 december 2016

Francis Goya - Nostalgia

Francis Goya werd in 1946 geboren als Francis Weyer te Luik. Omdat zijn vader beroepsmusicus was kwam hij van jongs af aan in contact met allerlei soorten muziek. In 1962 richtte hij met zijn broer een eerste bandje op. Na een tijd in een coverband te hebben gespeeld sloot hij zich in 1963 aan bij Les Liberty Six. Twee jaar later werd hij lid van the J.J.Band van Jess & James. Met deze formatie nam hij zijn eerste platen op en toerde rond de wereld. Aan het eind van het decennium was hij ook nog lid van Kleptomania waar de latere Wild Romance gitarist Dany Lademacher ook deel van uitmaakte. Halverwege de jaren ‘70 verdiende Francis de kost als studiogitarist. Zijn artiestennaam was inmiddels veranderd in Francis Goya. In zijn kleine thuisstudio werkte hij aan zijn eigen composities. Een daarvan was “Nostalgia”. Een weemoedig melodietje met mandolinen op de achtergrond. De single kwam uit in de week voorafgaand aan de Molukse treinkaping bij Wijster op 2 december 1975. Meteen werd de muziek op Hilversum 3 aangepast. En Francis’ plaatje vond daardoor vele malen de draaitafel. Ook al omdat er regelmatig verzoeken binnenkwamen om het nummer nogmaals te draaien. “Nostalgia stond negen weken in de Nederlandse Top 40 en bereikte de 4e plaats. Het bleek de enige hit voor de Belg in ons land, hij behaalde nog wel een paar Tipparade noteringen.

zaterdag 24 december 2016

Pussycat - Mississippi (Week 50 - 1975)

De zusjes Betty (1951), Marianne (1952) en Toni (1953) Kowalczyk uit het Limburgse Brunsum kregen op jonge leeftijd alledrie een gitaar van hun vader. Korte tijd later begonnen ze het zangtrio de Drie Zingende Zusjes. In de loop van de jaren ‘60 gingen ze aangevuld met een drummer optreden als Beat Girls From Holland. Meer dan wat lokale faam leverde het niet op. Toni had rond deze tijd gitaarles van Werner Theunissen die later erg belangrijk zou worden voor Pussycat. Eerst was er nog een nieuwe groepsnaam: Sweet Reaction. De band was inmiddels uitgebreid met drummer Theo Coumans, bassist Theo Wetzels, en de gitaristen John Theunissen en Lou Willé. Toni trouwde later met de laatstgenoemde. Er werden tussen 1970 en 1975 drie singles uitgebracht die geen succes hadden. Begin 1975 nam de groep onder leiding van producer Tim Griek in de EMI studio wat demo’s op in de hoop een platencontract in de wacht te slepen. Omdat er een nummer te weinig was besloot men “Mississippi” op te nemen. Een liedje dat Werner Theunissen al in 1969 schreef geïnspireerd door “Massachusets” van the Bee Gees. De band zag er niet zoveel in, maar één van de direkteuren van EMI wel. Onder leiding van producer Eddy Hilberts werd het nummer opgenomen en in het voorjaar van 1975 uitgebracht. Hilberts hielp het gezelschap ook aan een nieuwe bandnaam: Pussycat. In eerste instantie deed de single niets. Totdat Hilversum 3 presentatrice Meta de Vries het nummer ging draaien. Ook een optreden in het veelbekeken NCRV televisieprogramma “Herkent u deze tijd” van Kick Stokhuyzen droeg bij aan het succes. Na een moeizame start in de Tipparade kwam de single op 29 november binnen in de Nederlandse Top 40. Een week later steeg de plaat door naar de 2e plaats, weer zeven dagen later werd de nummer 1 positie bereikt. Daar bleef “Mississippi” vier weken staan. In meerdere Europese landen stond het nummer op de hoogste plaats van de hitparade. Zo ook in Engeland waar het nummer in de zomer van 1976 eveneens vier weken op 1 stond. De eerste keer dat dat een Nederlandse groep lukte. Tot in 1983 scoorde Pussycat nog een flink aantal hits in ons land. Veel van die nummers werden geschreven door Werner Theunissen. Vanaf 1980 bestond de band uit de zusjes en Lou. In 1985 was het afgelopen met de groep. Eind jaren ‘90 is er nog wel een reünie geweest.

zaterdag 17 december 2016

KC and the sunshine band - That’s the way i like it (Week 49 - 1975)

KC and the Sunshine Band werd in 1973 opgericht in Hialeah, Florida, door Harry Wayne Casey (KC). Deze werkte in een platenzaak en hing vaak rond in de TK Recording Studios van TK Records in de hoop een plaat te mogen maken. Daar ontmoette hij technicus Richard Finch en de twee besloten te gaan samenwerken nadat eigenaar Henry Stone hen een kans gaf een plaat te maken. In eerste instantie als KC and the Sunshine Junkanoo Band, gebruik makende van studiomuzikanten van TK en leden van de lokale Miami Junkanoo Band. Een Junkanoo is een optocht met muziek die wordt gehouden als viering van de bevrijding van de slavernij. Sunshine Band sloeg op de bijnaam van de de staat Florida: the sunshine state. De eerste single, “Blow Your Whistle”, werd nog onder die naam uitgebracht. In 1974 werkte het duo aan de eerste elpee. Een in 45 minuten opgenomen demo van het nummer “Rock your baby” werd ingezongen door de toevallig in de studio aanwezige George McCrae. De single bereikte wereldwijd de 1e plaats van de hitparades en betekende ook de doorbraak van Casey en Finch. Ook de eerste Amerikaanse (kleine) hit van KC and the Sunshine Band ,“Queen of Clubs”, werd door McCrae gezongen. Dat nummer kwam in 1974 in Nederland niet verder dan de Tipparade (hoewel in 1976 alsnog een hit). De opvolger “Get down tonight” werd nummer 1 in Amerika en 5 in de Top 40. “That’s the way (I like it)” bereikte ook de eerste plaats in de Billboard Hot 100 en eveneens in de Nederlandse Top 40. In Engeland bleef de plaat steken op de 4e plek. Tot aan het eind van de jaren ‘70 bleef de groep erg succesvol. In 1981 kwam een eind aan de samenwerking tussen Casey en Finch, en in 1985 stopte de eerste met zijn band. Later zou hij nog een paar keer KC and the Sunshine Band laten herleven. Hedentendage bestaat de groep nog steeds.

zaterdag 10 december 2016

David Bowie - Space oddity

Bowie werd in 1947 als David Robert Jones in Brixton, London. Op zijn 15e formeerde hij zijn eerste (rock “n roll) bandje: the Konrads. Hij verliet deze groep om in de bluesband the King Bees te gaan spelen. Later volgden nog the Mannish Boys, the Lower Third, the Buzz en the Riot Squad. Omdat in 1966 the Monkees met hun zanger Davy Jones opkwamen, veranderde David zijn achternaam in Bowie. Dit naar de Amerikaanse kolonel Jim Bowie (bekend van het Bowie mes). De singles die werden uitgebracht worden geen succes. In een laatste poging van zijn manager om David door te laten breken, werd er een half uur durende film gemaakt rond negen liedjes van Bowie. Eén daarvan was “Space Oditty”, dat nummer werd (geholpen door de maanlanding van de Apollo 11) in 1969 zijn eerste hit. Er zijn drie belangrijke versies van het nummer. Een vroege uit februari 1969, de albumversie uit juni die verkort werd uitgebracht als single, en een nieuwe opname uit 1979. In Engeland bereikte de plaat de eerste keer de 5e, en in 1975 de 1e plaats van de hitparade. In Nederland was dat respectievelijk plek 8 en 4. In Amerika flopte de single in eerste instantie. Pas in 1973 was het nummer in een sterk verkorte versie goed voor de 15e plaats in Billboard. David Bowie overleed geheel onverwacht in januari dit jaar.

zaterdag 3 december 2016

Rosy & Andres - Sausalito

Op 4 juli 1975 ging het populaire duo Sandra & Andres na zeven jaar uit elkaar. Sandra Reemer pakte haar solocarrière weer op, en Andres vond een nieuwe zangpartner: Rosy. Zij werd als Hedy Pereira in 1951 geboren in Jakarta, Indonesië, en was de dochter van Coy Pereira. Deze was jarenlang de steelgitarist van de Kilima Hawaiians. Op haar dertiende begon ze met haar broer de soulband Objection. Als Baby May volgde een paar jaar later een uitstapje naar België waar ze ging optreden met onder andere de Bobby Setter Band. In 1969 nam ze in Parijs haar eerste single op. Hedy heette nu Babe Pereira. Eerder in ‘75 had ze een briefje gestuurd aan Andres om aan nieuw repertoire te komen. Dat zat nog in zijn zak toen Reemer te kennen gaf ermee te willen stoppen. De twee kenden elkaar al van gezamelijke optredens in den lande. Andres werd in 1936 als Dries Holten geboren op Java. Hij kwam in 1950 naar ons land en speelde in verschillende dansorkesten waaronder “de Nieuwe vijf”. Tijdens een optreden in 1966 werd Dries voorgesteld aan Sandra en hij besloot met haar een duo te vormen. Het eerste optreden van Rosy & Andres was in augustus tijdens een Pasar Malam (Indonesische markt) in Eindhoven. Drie maanden later kwam de eerste single “Sausolito” uit. De single stond acht weken in de Nederlandse Top 40 en bereikte de 6e plaats. Er volgden nog een drietal hits waarvan “My love” met een 3e plek de grootste was. Begin 1978 gingen Rosy en Andres alweer uit elkaar. Beiden bleven hierna actief in de muziek.

zaterdag 26 november 2016

Dave - Dansez maintenant (Week 46 - 1975)

Dave werd in 1944 als Wouter Levenbach geboren in Amsterdam. Zijn jeugd bracht hij door in Blaricum. Op zijn 14e ging wilde Wouter nog dominee worden maar ging hij ook gitaar spelen. Zes jaar later werd hij zanger van Dave Rich & the Millionaires en maakte hij ook zijn eerste solosingle. In 1965 vertrok Dave met een vriend op een boot naar Frankrijk. Hij bleef daar wonen, kreeg in 1968 een contract bij platenmaatschappij Barclay, en verkorte zijn artiestennaam naar Dave. Jarenlang verdiende de zanger de kost door te zingen in kleine horecagelegenheden. Maar in 1969 deed hij ook mee aan het Nederlandse Nationaal Songfestival met het liedje “Niets gaat zo snel”. Hij werd derde van de tien deelnemers. In de zomer van dat jaar had Dave wel zijn eerste hit in ons land met het eveneens Nederlandstalige “Nathalie”. Verdere hits bleven uit, en tussen 1971 en 1974 speelde hij een rol in de Franse versie van de musical “Godspell”. Zijn doorbraak In Frankrijk kwam in 1974 met “Trop beau” (een bewerking van de Rubettes hit “Sugar baby love”) en “Vanina” (idem van het Del Shannon succes “Runaway”). In 1975 kwam de debuutelpee “Dave” uit met daarop ook “Dansez maintenant”. Oorspronkelijk heette dit nummer “Moonlight serenade”, gecomponeerd in 1939 door Glenn Miller met een tekst van Mitchell Parish. De plaat bereikte dat jaar de 3e plaats van de Amerikaanse Billboard hitlijst. De Franse bewerking was van Dave’s vaste vriend Patrick Loiseau. De single klom in Nederland en België naar de 1e plaats van de hitparade. In Frankrijk naar de 4e plek. Dave nam ook een versie van “Moonlight serenade” op bedoeld voor de Engelstalige markten. De zanger is nog steeds aktief op diverse fronten in zijn thuisland Frankrijk. Wouter Levenbach werd in 2015 op de Nederlandse ambassade in Parijs benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

zaterdag 12 november 2016

People’s choice - Do it anyway you wanna

The People’s Choice was een Amerikaanse soul- en funkband uit Philadelphia die in 1971 werd opgericht door Frank Brunson en David Thompson. Het was eigenlijk een voortzetting van the Fashions, een groep die al uit de jaren ‘50 stamde. In datzelfde jaar scoorde de band meteen een kleine hit in de Billboard Hot 100 (nummer 38) met de eerste single “I likes to do it”. De bekende liedjesschrijvers en producers Kenny Gamble en Leon Huff van het opkomende Philadelphia International Records zagen niet lang daarna de groep optreden. Ze wilden het gezelschap graag voor hun label vastleggen. Uiteindelijk zou People’s Choice, het “the” was inmiddels geschrapt, in 1974 een contract tekenen bij deze platenmaatschappij. Het was Huff die in 1975 de single “Do it any way you wanna” schreef en produceerde. Het nummer bereikte de 11e plaats in de Billboard Hot 100 en was de grootse hit voor de groep. In Engeland kwam de plaat terecht op nummer 36, en in de Nederlandse Top 40 op de 4e plaats. In ons land volgde nog een succesje met “Party is a groovy thing”, een nummer uit 1974. People’s Choice bestond nog tot 1985. Frank Brunson overleed in 2007.

zaterdag 5 november 2016

George Baker selection - Morning sky (Week 44 - 1975)

De George Baker Selection was een Nederlandse band afkomstig uit de Zaanstreek. Begonnen in 1967 als soul- en rhythm and blues groep Soul Invention. In 1968 sloot zanger Hans Bouwens zich aan bij de groep die vervolgens in 1969 van muziekstijl en naam wisselde. Dit laatste gebeurde na de opname van de eerste single: “Little green bag”. De plaat werd meteen een grote hit en kwam zelfs op de 21e plaats van de Amerikaanse Billboard Hot 100 terecht. Al gauw was de groep niet meer weg te denken uit de Veronica Top 40. Vanaf 1974 veranderde de groep enigszins van muziekstijl. Mede door het aantrekken van zangeres Lida Bond. In het herfst van dat jaar scoorde de groep de eerste nummer 1 hit met “Sing a song of love”. Ook de opvolger, “Paloma blanca”, bereikte de hoogste positie in de Top 40. Met “Morning sky” was het voor de derde keer op rij raak. De single stond na een week al op de 1e plaats. Net op het moment dat de vorige plaat internationaal goed ging lopen. In de twee jaar die volgde hield de groep het succes vast in Nederland, maar in 1978 ging de George Baker Selection uit elkaar. Hans ging solo maar in de jaren tachtig kwam er in een nieuwe samenstelling toch weer een Selection. Bouwens treedt nog steeds op onder het pseudoniem George Baker.

zaterdag 29 oktober 2016

Hank the knife and the jets - Stan the gunman (Week 43 - 1975)

Hank the Knife is het pseudoniem van de in 1946 geboren Henk Bruysten. Reeds op jonge leeftijd speelde hij samen met zijn vader Bep en broer Co in the Beheco’s. Na het zien van een film van Cliff Richard and the Shadows besloot Henk in 1963 zelf zijn eerste gitaargroep op te richten. In de jaren ‘60 zouden er nog veel bandjes volgen. Samen met zanger Pierre Beek werd in 1968 Palace opgericht. Daarin zat ook Arnie Treffers die later overstapte naar Moan. In 1971 ontstond uit die groep, inmiddels met Bruysten, als grap Long Tall Ernie and the Shakers. Dit nadat Treffers een optreden van Shakin’ Stevens & the Sunsets bijwoonde en daar wel een commerciële kans in zag. Het vijftal werd geïntroduceerd met een uitgekiende publiciteitscampagne. Verhalen over agressieve en criminele bandleden en vechtpartijen met platenbazen. Plus prachtige pseudoniemen: zo werd bassist Henk, Hank the knife. Na financiële en muzikale meningsverschillen stapte hij in 1974 op. Samen met gitarist en zanger Pierre Beek richtte hij vervolgens Hank the Knife and the Jets op. Met rock ‘n roll muziek uit de jaren ‘50 werd de stijl van Long Tall Ernie and the Shakers voortgezet. In het voorjaar van 1975 werd de eerste single van de groep, “Guitar king”, meteen een grote hit: nummer 2 in de Top 40. Ongetwijfeld kwam dat door het opvallende geluid van de zessnarige basgitaar die Bruysten bespeelde. In navolging van Duane Eddy en Jet Harris van the Shadows. Opvolger “Stan the gunman” stond tien weken in de Nederlandse Top 40 en bereikte zelfs de 1e plaats. Er volgden nog twee kleinere hits en een paar flops. In 1977 ging de groep uit elkaar. Als Hank the Knife & the Crazy Cats scoorde Henk in 1980 nog een hit met “Crazy guitar”. Al weer geruime tijd treedt Hank the Knife and the Jets met succes op. Pierre Beek overleed in 2009.

zaterdag 22 oktober 2016

Dave - Dansez maintenant

Dave werd in 1944 als Wouter Levenbach geboren in Amsterdam. Zijn jeugd bracht hij door in Blaricum. Op zijn 14e ging wilde Wouter nog dominee worden maar ging hij ook gitaar spelen. Zes jaar later werd hij zanger van Dave Rich & the Millionaires en maakte hij ook zijn eerste solosingle. In 1965 vertrok Dave met een vriend op een boot naar Frankrijk. Hij bleef daar wonen, kreeg in 1968 een contract bij platenmaatschappij Barclay, en verkorte zijn artiestennaam naar Dave. Jarenlang verdiende de zanger de kost door te zingen in kleine horecagelegenheden. Maar in 1969 deed hij ook mee aan het Nederlandse Nationaal Songfestival met het liedje “Niets gaat zo snel”. Hij werd derde van de tien deelnemers. In de zomer van dat jaar had Dave wel zijn eerste hit in ons land met het eveneens Nederlandstalige “Nathalie”. Verdere hits bleven uit, en tussen 1971 en 1974 speelde hij een rol in de Franse versie van de musical “Godspell”. Zijn doorbraak In Frankrijk kwam in 1974 met “Trop beau” (een bewerking van de Rubettes hit “Sugar baby love”) en “Vanina” (idem van het Del Shannon succes “Runaway”). In 1975 kwam de debuutelpee “Dave” uit met daarop ook “Dansez maintenant”. Oorspronkelijk heette dit nummer “Moonlight serenade”, gecomponeerd in 1939 door Glenn Miller met een tekst van Mitchell Parish. De plaat bereikte dat jaar de 3e plaats van de Amerikaanse Billboard hitlijst. De Franse bewerking was van Dave’s vaste vriend Patrick Loiseau. De single klom in Nederland en België naar de 1e plaats van de hitparade. In Frankrijk naar de 4e plek. Dave nam ook een versie van “Moonlight serenade” op bedoeld voor de Engelstalige markten. De zanger is nog steeds aktief op diverse fronten in zijn thuisland Frankrijk. Wouter Levenbach werd in 2015 op de Nederlandse ambassade in Parijs benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

zaterdag 15 oktober 2016

Piet Veerman - Rollin on a river

Piet Veerman werd in 1943 geboren in Volendam. Al op de kleuterschool speelde hij de hoofdrol in een musical. Op zijn 12e kreeg Piet een gitaar en ging hij samen met zijn neef Jaap Schilder lessen volgen. De twee gingen niet veel later optreden als de Everly Kosters met op het repertoire natuurlijk een hoofdrol voor de muziek van de the Everly Brothers. Via the Mystic Four ontstond uiteindelijk the Cats. Piet speelde gitaar, was een van de leadzangers en componist van meerdere hits van de groep. Nog tijdens zijn Cats-periode maakte Piet Veerman zijn eerste soloplaat. De band trad niet meer op en platenmaatschappij EMI gaf alle leden van the Cats de kans om eigen muziek uit te brengen. “Rollin’ on a river” was de eerste single van de gelijknamige elpee. Het nummer schreef Piet samen met zijn vrouw Neeltje (alias “Nail Che”) die eerder ook al als medeschrijver vermeld werd bij een aantal nummers van the Cats die Piet schreef. Het arrangement was van Gerard Stellaard en de producer van de single was John Möring. Het nummer stond zeven weken in de Nederlandse Top 40 en bereikte hierin de 9e plaats. De grootste successen als soloartiest had Piet Veerman vanaf de tweede helft van de jaren ‘80. Na problemen met zijn gezondheid doet hij tegenwoordig alleen nog optredens voor kleinere gelegenheden.

zaterdag 8 oktober 2016

Alexander Curly - Guus (Week 40 - 1975)

Alexander Curly werd in 1946 te Haarlem geboren als Harm Breemer. In de jaren ‘60 speelde hij in bandjes als the Damiates en the Maestro’s. Met de gitarist van die laatstgenoemde groep ging hij later optreden als Budhi. De twee namen één single op: “Embryo”. Hierna ging Harm aan de slag als steward bij de KLM. In 1972 raakte Harm via Roek Williams in contact met het platenlabel Negram en kwamen de eerste Engelstalige solosingles van Alexander Curly uit. Opgenomen onder productionele leiding van Bert van Rheenen alias Veronicapresentator Chiel Montagne. De eerste twee flopten, maar de derde, “I’ll never drink again”, kwam op de 1e plaat van de Top 40 terecht. De drie singles erna haalden slechts de Tipparade. Bert stelde Harm vervolgens voor om Nederlandstalige liedjes te schrijven, maar daar zag de zanger helemaal niets in. In 1975 stond Curly toch weer op de stoep met een demoband met een fiks aantal nummers in het Nederlands. Die had hij voor anderen geschreven. Bijvoorbeeld voor artiesten van het Telstar-label van Johnny Hoes. Zo had het Cocktail Trio al, zonder succes, “Guus kom naar huus” opgenomen. Van Rheenen wist Curly ervan te overtuigen dat hij de liedjes zelf moest opnemen. Zelf deed hij de productie en voor de arrangementen werd Gerard Stellaard gevraagd. “Guus” stond na twee weken op de 1e plaats van de Nederlandse Top 40 en bezette drie weken die positie. Ook opvolger “Aggesus” kwam nog in de Hitparade terecht ondanks de ophef rond het nummer over een Turkse gastarbeider. In 1981 had Alexander Curly met “Hollanders” zijn laatste hit. Wel maakte hij nog een aantal fraaie albums, en was te zien in het televisieprogramma “Hollanders” van de Veronica Omroep Organisatie. Harm Breemer overleed in 2012 op Ibiza waar hij woonde.

zaterdag 1 oktober 2016

Spooky and Sue - I’ve got the need

Spooky is het pseudoniem van de in 1946 op Aruba geboren Iwan Groeneveld. Op zijn vijftiende ging hij varen als matroos. In 1968 kwam hij zo terecht in een Rotterdamse kroeg waar hij meezong met de liedjes uit de jukebox. De vrouw achter de bar was ook de manager van een Rotterdamse soulband, the Swinging Soul Machine, waar Iwan al snel de zanger van werd. De groep had in 1969 overigens zijn grootste hit met een nummer waar hij niet op is te horen: “Spooky’s day off”. Een jaar later verliet Spooky de band die vervolgens verder ging als Machine. Sue Chaloner werd in 1953 geboren in London en groeide op in een pleeggezin nadat ze te vondeling was gelegd. In 1969 kreeg ze een rol in de Britse versie van de musical “Hair”. Met een deel van de cast vertrok ze begin jaren ‘70 naar Nederland en besloot hier te blijven wonen. In 1974 werd Sue door producer Jaap Eggermont gevraagd om samen met Big John Russell het oude Amerikaanse succes “Swinging on a star” in te zingen. Voor optredens in het land en in tv-programma’s werd Spooky ingeschakeld. De single bereikte de 2e plaats in de Top 40. Opvolger “You talk to much”, ook al een oude Amerikaanse hit, bracht het tot nummer 7. “I’ve got the need” was ook al een cover, maar ditmaal van recente datum. Het nummer werd geschreven door Walter Morris met Harry Ray en Al Goodman van the Moments. De groep die samen met the Whatnauts eerder in 1975 in ons land een nummer 1 hit scoorde met “Girls” en later opdoken in het trio Ray, Goodman & Brown. De versie van Spooky & Sue kwam terecht op nummer 8 van de Nederlandse Top 40. De plaat was zelfs een succesje in de Engelse Northern Soul discotheken. Er volgden nog twee singles maar in 1977 ging het duo uit elkaar. Spooky nam nog een geflopte single op en figureerde eind jaren ‘70 in de surfgroep the Surfers. Sue bleef tot op heden actief in de muziek. Harry Ray overleed in 1992, Al Goodman en Big John Russell overleden in 2010.