FOKSUK
WEER
CHESS
PUZZLE
GAMES

zaterdag 30 december 2017

Small faces - Tin soldier

Deze groep uit Londen werd in 1965 opgericht door Steve Marriott (zang en gitaar), Ronnie Lane (bas), Kenney Jones (drums) en Jimmy Winston (keyboards, vervangen door Ian McLagan). De groepsnaam kozen ze omdat ze allemaal vrij klein van stuk waren. Nadat de band al snel in de grotere clubs speelde, kwam dat jaar ook de debuutsingle “Watcha gonna do about it” uit die meteen de Britse Hitparades haalde. Hierna bleef de groep hit na hit scoren in Engeland en de rest van Europa. In Amerika bleef hitsucces uit tot in de zomer van 1967 “Itchycoo park” uitkwam. “Tin soldier” werd door Steve Marriott in eerste instantie geschreven voor P.P. Arnold. Uiteindelijk vond hij het nummer zo goed dat hij besloot het voor de band te houden. Arnold zong wel mee in het refrein. Toen de single werd uitgebracht werd de groep door de Britse omroep BBC geïnformeerd dat de laatste zin moest worden verwijderd voor hun uitzendingen. Men had namelijk verstaan dat daar in voorkwam “sleep with you”, terwijl in werkelijkheid “sit with you” gezongen wordt. De plaat was in de Engelse hitparade goed voor de 9e plaats. In de Veronica Top 40 kwam hij op nummer 5 terecht. In 1969 viel the Small Faces uit elkaar nadat Marriott tijdens een nieuwjaarsconcert van het podium liep. Later dat jaar werd door Lane, Jones en McLagan aangevuld met Ronnie Wood en Rod Stewart de band Faces opgericht. Na het uiteen gaan van deze groep kwam the Small Faces weer bij elkaar. In wisselende samenstellingen duurde dit tot 1978. Steve Marriott kwam in 1991 om bij een brand in zijn huis. Zes jaar later stierf Ronnie Lane aan een longontsteking. Hij leed toen al twintig jaar aan multiple sclerose. Ian McLagan overleed in 2014. Ron Wood speelt sinds 1976 in the Rolling Stones.

zaterdag 23 december 2017

Dave Davies - Susannah’s still alive

David “Dave” Davies werd in 1947 geboren in Noord London. In zijn jeugd maakte hij samen met zijn oudere broer Ray (1944) kennis met verschillende muziekstijlen. Van variété, via jazz, tot aan de vroege rock ‘n’ roll die hun zussen draaiden. Samen begonnen ze met het spelen van skiffle, maar kochten al gauw een elektrische gitaar en gingen rock spelen. Dave richtte samen met bassist Pete Quaife een band op: the Boo-Weevils. Aangevuld met drummer Mick Avory en rhythm-gitarist/broer Ray al gauw omgedoopt in the Ravens. Begin 1964 nam deze groep als the Kinks de eerste single op voor het Pye label. De derde, “You really got me”, kwam op de 1e plaats terecht en betekende in de zomer van dat jaar de doorbraak voor de groep. Drie jaar later was the Kinks een van de meest succesvolle bands van Engeland. In juli van dat jaar kwam de eerste solosingle van Dave uit: “Death of a clown”. Tot dan toe waren door hem (mede) geschreven nummers alleen op b-kanten van singles of op elpees terecht gekomen. Het nummer werd meteen een top 3 hit in Engeland en Nederland. Het deed Dave twijfelen of hij een solocarrière moest beginnen. Toen volgende singles minder succes hadden werd dit idee in de ijskast gezet. Zo kwam “Susannah’s still alive” bij onze westerburen niet verder dan de 20e plaats. In de Veronica Top 40 was de plaat nog nipt goed voor de top 10. Twee verdere singles haalden de Britse hitlijsten niet meer. In Nederland hadden ze nog enig succes. Pas vanaf 1980 ging Dave Davies weer soloplaten opnemen.

zaterdag 16 december 2017

The Beatles - Hello, goodbye (Week 50 - 1967)

Met oog op de piek in de platenverkoop voorafgaand aan Kerstmis, en de bijbehorende Christmas number one, werd “Hello, goodbye” uitgebracht. Het nummer werd geschreven door Paul McCartney. Hij kreeg het idee voor het liedje na een woordspelletje met de assistent van the Beatles Alistair Taylor. Als Paul een woord zong, moest Taylor het tegenovergestelde zeggen. De opnamen van het nummer gingen op 2 oktober van start. Nadat het filmen voor de televisiespecial “Magical Mystery Tour” was afgerond. Een maand later was de monoversie klaar. Vier dagen later volgde de stereomix. Niet echt onder de indruk van het nummer wilde John Lennon zijn compositie “I am the walrus” op de a-kant van de nieuwe single hebben. Producer George Martin en Paul gingen met succes voor het commercieel klinkende “Hello, goodbye”. Er werden drie promotiefilmpjes opgenomen voor de single. Eén ervan werd getoond in de belangrijke Amerikaanse Ed Sullivan Show. Omdat er in Engeland net nieuwe regels waren om playbacken op televisie tegen te gaan haalde geen van de clips daar de buis. Het maakte voor het succes van de plaat niet uit. “Hello goodbye” werd de vierde Christmas number one van de groep. Ook in de Veronica Top 40 was het de nummer 1 tijdens de Kerst. In Amerika deden ze het weer eens anders. Daar stond de a-kant elf weken in de Billboard Hot 100 en bereikte de 1e plaats. “I am the walrus” stond apart vier weken genoteerd en bracht het slechts tot de 56e plek. En daarmee kregen Martin en McCartney hun gelijk.

zaterdag 9 december 2017

Tom Jones - I'm Coming Home

om Jones werd in 1940 geboren als Thomas Jones Woodward in Treforest, Zuid-Wales. Op jonge leeftijd begon hij met zingen tijdens familiefeestjes en in het schoolkoor. Zijn bluesy zangstijl ontwikkelde hij door te luisteren naar zangers als Solomon Burke en Jackie Wilson. Maar ook Elvis Presley, met wie hij later bevriend werd, was een voorbeeld. In 1963 werd Tom zanger van Tommy Scott and the Senators. De groep kreeg al gauw bekendheid in Zuid-Wales, en nam in 1964 een aantal nummers op onder leiding van de bekende producer Joe Meek. Deze liet ze horen aan diverse platenmaatschappijen, echter zonder succes. Later dat jaar ontdekte manager Gordon Mills de groep. Hij werd Jones’ manager en gaf hem ook zijn artiestennaam. In augustus kwam zijn eerste single uit: “Chills and fever”. Het nummer werd geen hit. De opvolger “It’s not unusual” werd in maart ‘65 echter een nummer 1 hit in Engeland. Hierna volgden de singles elkaar in hoog tempo, en met wisselend succes, op. Niet ieder nummer bereikte de hitparade. Tom’s grote doorbraak kwam eind 1966 met “Green, green grass of home”. Vanaf dat moment scoorde hij achter elkaar top 10 hits in zowel Engeland als Nederland. Ook in de U.S.A. begon hij hits te scoren. “I’m coming home” was inmiddels de 20e single van de zanger. Het nummer bereikte de 2e plaats bij onze westerburen en de 57e in de Amerikaanse Billboard Hot 100. In de Veronica Top 40 was de plaat goed voor een 11e plek.

zaterdag 2 december 2017

Johnny en Rijk - De Bostella (Week 48 - 1967)

John Kraaijkamp en Rijk de Gooyer werden beiden geboren in 1925. De laatste werd na de oorlog leerling-verslaggever bij de NCRV. Tijdens een personeelsavond viel hij op door een komische sketch op te voeren. Hierna mocht hij “voor de radio” aan de slag als komiek en meedoen in hoorspelen. Vanaf 1948 werkte de Gooyer bij het ABC-cabaret van Wim Kan. In de jaren ‘50 ontmoette hij Kraaijkamp. John was begonnen als zanger en werkte in de jaren ‘50 als bassist/zanger/entertainer, daarbij op piano begeleid door de latere voorman van het Cocktail Trio: Ad van der Gein. De twee deelden een voorliefde voor grappen en grollen en besloten als duo te gaan optreden. Al snel maakten Johnny en Rijk naam in het schnabbelcircuit. Vanaf 1958 kwamen daar ook televisieoptredens bij. Ook namen ze regelmatig platen op. Meestal humoristiche bewerkingen van bestaande nummers. De Bostella was een bewerking van “Viens danser la Bostella” dat al stamde uit 1964. Het werd geschreven door de Fransen Honoré Bostel en Gerard Gustin. Er hoorde ook een dansje bij dat voor het eerste te zien was in de film “What’s new pussycat” uit 1965. Daarin werd het gedanst op “Marriage, French style” van Burt Bacharach. En dat kennen wij dan weer als “Dans je de hele nacht met mij” de nummer 1 hit uit ‘66 van Karin Kent. John en Rijk schreven in de studio een Nederlandse tekst. Drie jaar eerder wilde producer Lion Swaab het nummer al met ze opnemen. Het duo zag er niets in maar Swaab hield vol. In ‘67 gaven de twee eindelijk toe. “De Bostella” werd de grootste hit in hun carrière. De single stond 17 weken in de Veronica top 40 waarvan 2 op de 1e plaats. Een cover van Karin Kent flopte jammerlijk. Johnny en Rijk overleden beiden in 2011.

zaterdag 25 november 2017

The Beatles - Hello goodbye

Met oog op de piek in de platenverkoop voorafgaand aan Kerstmis, en de bijbehorende Christmas number one, werd “Hello, goodbye” uitgebracht. Het nummer werd geschreven door Paul McCartney. Hij kreeg het idee voor het liedje na een woordspelletje met de assistent van the Beatles Alistair Taylor. Als Paul een woord zong, moest Taylor het tegenovergestelde zeggen. De opnamen van het nummer gingen op 2 oktober van start. Nadat het filmen voor de televisiespecial “Magical Mystery Tour” was afgerond. Een maand later was de monoversie klaar. Vier dagen later volgde de stereomix. Niet echt onder de indruk van het nummer wilde John Lennon zijn compositie “I am the walrus” op de a-kant van de nieuwe single hebben. Producer George Martin en Paul gingen met succes voor het commercieel klinkende “Hello, goodbye”. Er werden drie promotiefilmpjes opgenomen voor de single. Eén ervan werd getoond in de belangrijke Amerikaanse Ed Sullivan Show. Omdat er in Engeland net nieuwe regels waren om playbacken op televisie tegen te gaan haalde geen van de clips daar de buis. Het maakte voor het succes van de plaat niet uit. “Hello goodbye” werd de vierde Christmas number one van de groep. Ook in de Veronica Top 40 was het de nummer 1 tijdens de Kerst. In Amerika deden ze het weer eens anders. Daar stond de a-kant elf weken in de Billboard Hot 100 en bereikte de 1e plaats. “I am the walrus” stond apart vier weken genoteerd en bracht het slechts tot de 56e plek. En daarmee kregen Martin en McCartney hun gelijk.

zaterdag 18 november 2017

The Beatles - Hello goodbye

Met oog op de piek in de platenverkoop voorafgaand aan Kerstmis, en de bijbehorende Christmas number one, werd “Hello, goodbye” uitgebracht. Het nummer werd geschreven door Paul McCartney. Hij kreeg het idee voor het liedje na een woordspelletje met de assistent van the Beatles Alistair Taylor. Als Paul een woord zong, moest Taylor het tegenovergestelde zeggen. De opnamen van het nummer gingen op 2 oktober van start. Nadat het filmen voor de televisiespecial “Magical Mystery Tour” was afgerond. Een maand later was de monoversie klaar. Vier dagen later volgde de stereomix. Niet echt onder de indruk van het nummer wilde John Lennon zijn compositie “I am the walrus” op de a-kant van de nieuwe single hebben. Producer George Martin en Paul gingen met succes voor het commercieel klinkende “Hello, goodbye”. Er werden drie promotiefilmpjes opgenomen voor de single. Eén ervan werd getoond in de belangrijke Amerikaanse Ed Sullivan Show. Omdat er in Engeland net nieuwe regels waren om playbacken op televisie tegen te gaan haalde geen van de clips daar de buis. Het maakte voor het succes van de plaat niet uit. “Hello goodbye” werd de vierde Christmas number one van de groep. Ook in de Veronica Top 40 was het de nummer 1 tijdens de Kerst. In Amerika deden ze het weer eens anders. Daar stond de a-kant elf weken in de Billboard Hot 100 en bereikte de 1e plaats. “I am the walrus” stond apart vier weken genoteerd en bracht het slechts tot de 56e plek. En daarmee kregen Martin en McCartney hun gelijk.

zaterdag 11 november 2017

Procol Harum - Homburg (Week 45 - 1967)

The Paramounts uit Southend-on-Sea in Engeland werd begin jaren ‘60 opgericht door zanger/pianist Gary Brooker en gitrist Robin Trower. Begin 1964 had de groep een hitje met “Poison ivy”. De bluescovers die de band speelde hadden verder geen succes. Brooker was teleurgesteld en ging eigen muziek schrijven in samenwerking met dichter Keith Reid. The Paramounts ging in 1966 uit elkaar, en in het voorjaar van 1967 ontstond Procol Harum. Naast Brooker bestaande uit Reid, organist Matthew Fisher, gitarist Ray Royer en bassist David Knights. De bandnaam werd verzonnen door manager Guy Stevens, naar de Burmese kat van platenproducer Gus Dudgeon: Procul Harun. Eind maart werd vervolgens “A wither shade of pale” opgenomen. De single was een doorslaand succes en één van de grootste hits in 1967. In juni werd het naar de groep vernoemde debuutalbum opgenomen dat in september werd uitgebracht. Daarop stond echter niet “Homburg”. Het nummer werd geschreven door Brooker en Reid. Hoewel het minder Bach-invloeden heeft dan zijn voorloper, kreeg de plaat toch enige kritiek dat het te veel zou lijken op “Shade of pale”. Dat nam niet weg dat de single het goed deed in de internationale hitparades. In Engeland werd de 6e plaats bereikt. In de Veronica Top 40 de toppositie. Dat laatste ging overigens niet zonder slag of stoot. “Homburg” had eerst drie weken lang op de 1e plaats van de tiplijst gestaan. Radio Veronica had er kennelijk vertrouwen in dat het nummer een grote hit zou worden. In 1972 kwam er een maxisingle uit met daarop naast “Homburg”, ook “A wither shade of pale” en “A salty dog”. In de Top 40 kwam deze uitgave op nummer 1 terecht. In 1977 ging Procol Harum uit elkaar. Veertien jaar later werd de band heropgericht en bestaat nu nog steeds.

zaterdag 4 november 2017

Stevie Wonder - I 'm Wondering

Stevland Judkins (later Morris) werd geboren in 1950 in Saginaw, Michigan. Al op jonge leeftijd leerde hij piano, harmonica, drums and bas spelen. Ook zong hij in een kerkkoor. Het was zanger Ronnie White van the Miracles die Stevie onder de aandacht van Berry Gordy van het Tamla platenlabel (in Nederland: Tamla Motown) bracht. Bij deze maatschappij tekende hij op zijn elfde een contract. Na een drietal geflopte singles en twee elpees in 1962, kwam in 1963 de doorbraak met de nummer 1 “Fingertips Part 1 & 2”. Al gauw werd Stevie een van de belangrijkste artiesten van het Tamla label. In ons land had hij pas in de herfst van 1966 zijn eerste hit met het oude Bob Dylan succes “Blowin’ in the wind”. “I’m wondering” stond in totaal 6 weken in de nog jonge tiplijst van Veronica. Waarvan twee weken op de 1e plaats. Het kwam in het begin wel vaker voor dat een plaat meerdere weken op 1 bleef staan. Soms wel drie. “I’m wondering” bereikte de 12e plaats in de Billboard Hot 100 en de 22e in de Britse hitparade. In de Veronica Top 40 was de single goed voor de 25e plek.

zaterdag 28 oktober 2017

Outsiders - Don't You Worry About Me

The Outsiders was een Amsterdamse groep die in 1960 ontstond als buurtband in Amsterdam-Oost. Eerst als Jimmy Revon (Leendert Groenhof) & the Outsiders. Na het vertrek van de eerste zanger kreeg de groep in 1965 zijn uiteindelijke naam. Gitarist Wally Tax nam vanaf dat moment de vocalen voor zijn rekening. Andere bandleden van het eerste uur waren gitarist Ronald Splinter, bassist Appie Rammers, en drummer Leendert Busch. Aan het eind van ‘65 kwam gitarist Tom Krabbendam bij de groep. In oktober van dat jaar kwam ook de eerste single uit op het Op-Art label van Muziek Expres: “You mistreat me”. Vier maanden later volgde nog een tweede plaat die net als de eerste flopte. De doorbraak kwam toen het vijftal in maart 1966 speelde in het voorprogramma van the Rolling Stones. En er werd een contract tekende bij het Relax platenlabel van televisie- en radiopersoonlijkheid Willem Duys. De eerste single voor deze maatschappij kwam in mei 1966 uit: “Thinking about today”. Het was echter de b-kant, “Lying all the time”, die in de zomer de eerste top 10 hit werd. In het jaar dat volgde scoorde de band nog een viertal hits die allen de hoogste tien van de Top 40 haalden. Daarna begon het verkoopsucces af te nemen. “Don’t you worry about me” was in de herfst van 1967 dan ook de laatste notering in de Veronica 40. Wally Tax werkte inmiddels aan een solocarrière. In 1969 hield the Outsiders ermee op. Later zijn er nog wel een aantal reunies geweest met wisselende originele bandleden. Wally Tax overleed in 2005, Tom Krabbendam in 2012, en Ronald Splinter in 2013.

zaterdag 21 oktober 2017

BeeGees - Massachusetts (Week 42 - 1967)

Barry (1946) en de tweeling Robin en Maurice (1949) Gibb werden geboren op het Britse Isle of Man. Nadat het gezin was verhuisd naar Manchester begonnen de drie met twee vriendjes in 1955 een skifflegroep: the Rattlesnakes. In 1958 verhuisde de familie Gibb naar Australië. Daar gingen de broers optreden om wat zakgeld te verdienen. Tijdens een motorwedstrijd in 1960 werden ze aangekondigd als the BG’s, wat een beetje aangepast hun groepsnaam werd. In 1963 kreeg het trio als the Bee Gees een platencontract. Ze maakten meerdere singles per jaar die geen van allen echt succes hadden. Dat veranderde toen “Spicks and specks” in het najaar van 1966 een grote hit werd in Australië en Nieuw Zeeland. Begin 1967 verhuisde de broertjes terug naar Engeland met in het kielzog drummer Colin Petersen. Gitarist Vince Melouney werd het vijfde bandlid. In februari tekenden ze een contract met de Robert Stigwood Organisation die jarenlang hun manager zou blijven. Vanaf dat moment kwam ook het succes in de Europese en Amerikaanse hitparades. Daarbij viel het op dat de groep in ons land de grootste hits scoorde. “Massachusetts” werd in New York geschreven door de broertjes tijdens een Amerikaanse toernee. Het nummer was bedoeld als tegenhanger van de flower power liedjes als “Let’s go to San Francisco” en “San Francisco (be sure to wear flowers in your hair)”. De hoofdpersoon van het liedje was naar San Francisco vertrokken, maar keerde nu uit heimwee terug naar Massachusetts. De Gibbs waren er nog nooit geweest maar de naam klonk gewoon lekker. In eerste instantie was het nummer bedoeld voor the Seekers. Toen het niet lukte om het aan te bieden aan die groep nam the Bee Gees het zelf maar op. In Amerika was de single goed voor de 11e plek. In de Engelse hitparade en de Veronica Top 40 werd de 1e plaats bereikt. Maurice Gibb overleed in 2003, Robin in 2012.

zaterdag 14 oktober 2017

Procol Harum - Homburg

The Paramounts uit Southend-on-Sea in Engeland werd begin jaren ‘60 opgericht door zanger/pianist Gary Brooker en gitrist Robin Trower. Begin 1964 had de groep een hitje met “Poison ivy”. De bluescovers die de band speelde hadden verder geen succes. Brooker was teleurgesteld en ging eigen muziek schrijven in samenwerking met dichter Keith Reid. The Paramounts ging in 1966 uit elkaar, en in het voorjaar van 1967 ontstond Procol Harum. Naast Brooker bestaande uit Reid, organist Matthew Fisher, gitarist Ray Royer en bassist David Knights. De bandnaam werd verzonnen door manager Guy Stevens, naar de Burmese kat van platenproducer Gus Dudgeon: Procul Harun. Eind maart werd vervolgens “A wither shade of pale” opgenomen. De single was een doorslaand succes en één van de grootste hits in 1967. In juni werd het naar de groep vernoemde debuutalbum opgenomen dat in september werd uitgebracht. Daarop stond echter niet “Homburg”. Het nummer werd geschreven door Brooker en Reid. Hoewel het minder Bach-invloeden heeft dan zijn voorloper, kreeg de plaat toch enige kritiek dat het te veel zou lijken op “Shade of pale”. Dat nam niet weg dat de single het goed deed in de internationale hitparades. In Engeland werd de 6e plaats bereikt. In de Veronica Top 40 de toppositie. Dat laatste ging overigens niet zonder slag of stoot. “Homburg” had eerst drie weken lang op de 1e plaats van de tiplijst gestaan. Radio Veronica had er kennelijk vertrouwen in dat het nummer een grote hit zou worden. In 1972 kwam er een maxisingle uit met daarop naast “Homburg”, ook “A wither shade of pale” en “A salty dog”. In de Top 40 kwam deze uitgave op nummer 1 terecht. In 1977 ging Procol Harum uit elkaar. Veertien jaar later werd de band heropgericht en bestaat nu nog steeds.

zaterdag 7 oktober 2017

Keith West - Excerpt From A Teenage Opera (Week 40 - 1967)


Geen Info

zaterdag 30 september 2017

The Move - Flowers in the rain

The Move kwam in december 1965 voort uit een aantal groepen uit Birmingham. Zoals the Vikings, waarvan zanger Carl Wayne, bassist Chris Kefford en drummer Bev Bevan deel uitmaakten. Zanger en multi-instrumentalist Roy Wood kwam uit the Nightriders. Gitarist Trevor Burton tenslotte uit the Mayfair Set. De groepsnaam verwees naar de “verhuizing” van de diverse bandleden naar hun nieuwe groep. Eind 1966 kwam de eerste single “Night of fear” uit. Deze bereikte de 2e plaats in de Britse hitparade. Ook de opvolger “I can hear the grass grow” kwam in de top 5 terecht. De derde single “Flowers in the rain” werd in juli 1967 opgenomen en een maand later uitgebracht. Dit ging gepaard met een promotiestunt. Een prentbriefkaart met daarop een cartoon die premier Harold Wilson naakt afbeelde met zijn secretaresse Marcia Williams. Met haar had hij volgens geruchten een verhouding. Wilson klaagde de band aan. Uiteindelijk besliste de Britse hoge raad dat alle royalties van het nummer zouden gaan naar een goed doel van Wilson’s keuze. Een regeling die tot op heden van kracht is, en de groep tonnen aan inkomsten heeft gescheeld. “Flowers in the rain” was op 30 september de eerste plaat die werd gedraaid op de nieuwe Britse popzender BBC Radio 1. De single bereikte de 2e plaats in de Engelse hitparade en de 7e in de Veronica Top 40. Vanaf 1968 onderging the Move enige wisselingen in de bezetting. Zo werd in 1970 Jeff Lynne bandlid en verving bassist Rick Price Chris Kefford. De twee gingen met Wood en Bevan werken aan een nieuw project: the Electric Light Orchestra. Daarnaast bleef the Move actief tot aan 1972.

zaterdag 23 september 2017

The Rolling Stones - We love you - Dandelion (Week 38 - 1967)

Mick Jagger en Keith Richards schreven “We love you” in de nasleep van hun arrestatie wegens drugsbezit eerder in 1967. Eind juni waren ze veroordeeld tot respectievelijk drie maanden en een jaar gevangenisstraf. In de maand juli werd het nummer opgenomen. Bedoeld als een bedankje voor de steun van de trouwe fans. Aan het eind van de maand waren in hoger beroep de straffen omgezet in voorwaardelijke hechtenis. Aanwezig bij de opname was de bekende Amerikaanse beatpoet Allen Ginsberg. Hij was in Londen voor een pro-marijuana demonstratie. Jagger had hem ontmoet bij Paul McCartney thuis, en nodigde hem uit om samen met Paul en John Lennon aanwezig te zijn bij de opname. De twee Beatles zongen mee op de achtergrond. De promotiefilm werd geregiseerd door Peter Whitehead. Deze bevat beelden van de opnamesessies. En een door Jagger, Richards en Marianne Faithfull nagespeelde rechtzaak uit 1895 tegen de schrijver Oscar Wilde. De producer van Top of the Pops weigerde het filmpje uit te zenden omdat hij vond dat het “niet passend was voor het type publiek” van het televisieprogramma. “Dandelion” was al een ouder nummer. De eerste demo ervoor werd opgenomen in november 1966 door Keith. Het liedje heette toen nog “Sometimes happy, sometimes blue”. Het nummer werd uiteindelijk in juli ‘67 afgemaakt. Op de uiteindelijke versie deed Mick de leadvocals. Nicky Hopkins speelde harpsichord en orgel en Brian Jones speelde hobo. De twee nummers waren de laatsten die werden geproduceerd door Stones-manager Andrew Loog Oldham. In Engeland kwam de single op de 8e plaats van de hitparade terecht. In Amerika deden ze het weer eens anders. Daar werden de nummers van de single losgekoppeld in de Billboard Hot 100. “Dandelion” bereikte de 14e plek en “We love you” kwam op 50 terecht. In de Veronica Top 40 stond de single uiteindelijk op nummer 1.

zaterdag 16 september 2017

The Motions - Wonderful impressions/Nellie the horse

The Motions kwam in 1964 voort uit de Haagse bands the Ricochets en the Atmospheres. Hierin zaten ondermeer zanger Rudy Bennet (pseudoniem van Ruud van den Berg), gitarist Robbie van Leeuwen en drummer Sieb Warner (eind jaren ’60 korte tijd in Golden Earring). Als bassist kwam Henk Smitskamp de gelederen versterken. De eerste single van de groep was “It’s gone”. Deze kwam eind ’64 uit. Hoewel de plaat slecht verkocht, was Joost den Draaijer in april 1965 bereid om hem voor een week op nummer 39 van de Top 40 te zetten. Dit in verband met een bezoek van een vertegenwoordiger van een Amerikaans platenlabel. Deze wilde bezien of the Motions interessant genoeg waren voor release in de U.S.A. Er volgden nog een drietal geflopte singles voordat “Wasted words” eind ’65 de eerste hit zou worden. Hierna was de groep regelmatig te vinden in de hitlijst van Veronica. Robbie van Leeuwen verliet op 1 maart 1967 de band. Naar eigen zeggen omdat hij met the Motions aan zijn plafond was gekomen. Hij wilde een groep waarmee hij ook internationaal meer kansen op succes zou hebben. Dat zou later dat jaar Shocking Blue worden.Tot dan toe had Rob alle hits voor the Motions geschreven. Dat werd nu overgenomen door Gerard Romeyn en Sieb Warner. Bassist Romeyn had inmiddels de plaats van Smitskamp overgenomen. Zoals wel vaker gebeurde bij de band werd ook deze single uitgebracht met een “dubbele a-kant”. En stond ook als zodanig genoteerd in de Veronica Top 40. Daarin was de plaat zes weken genoteerd en bereikte de 15e plaats. In 1971 ging the Motions uit elkaar.

zaterdag 9 september 2017

Keith West - Excerpt From A Teenage Opera

Geen Info

zaterdag 2 september 2017

The Monkees - Pleasant valley sunday

Het was de jonge filmmaker Bob Rafelson die al in 1962 het idee had voor wat later de televisieserie “the Monkees” zou worden. Hij kreeg het echter niet verkocht. In 1964 werkte hij bij Screen Gems samen met de zoon van de directeur van deze productiemaatschappij. Samen begonnen ze een eigen bedrijfje dat na het succes van de Beatlesfilm “A hard days night” het oude plan van Bob nieuw leven inblies. In het voorjaar van ‘65 wisten ze het te verkopen aan Screen Gems Television. Eerst wilden de twee de nog niet doorgebroken band Lovin’ Spoonful vragen voor de serie. Omdat deze groep al een platencontract had ging dit niet door. Er kon dan niets aan de muziek worden verdiend. Besloten werd een groep samen te stellen. In juli werd als eerste Davy Jones geselecteerd. Deze had al enige bekendheid vanwege zijn rol in de musical “Oliver”. En hij had een langdurend contract met Screen Gems, moederbedrijf Columbia Pictures, en Colpix Records. In september stonden er advertenties in de vakbladen voor de casting van de overige bandleden. Uit de ruim 400 geïnteresseerden werden Michael Nesmith, Peter Tork en Micky Dolenz geselecteerd. In augustus 1966 kwam de eerste single uit. Op 12 september ging de eerste aflevering van de serie de lucht in. De debuutplaat “Last train to Clarksville” bereikte vervolgens de 1e plaats van de Amerikaanse hitparades. Inmiddels was de groep ook opgemerkt in Nederland. Zo kwam het debuut in oktober ‘66 binnen in de Veronica Top 40. En vanaf begin december was de tv-serie ook in ons land te zien op zaterdagmiddag. The Monkees werd ook in ons land erg populair. Zó populair dat op 15 juli 1967 in de eerste Tiplijst van Radio Veronica maar liefst twee singles van de groep genoteerd stonden. “Alternate title (Randy scouse git)”, de Alarmschijf van vorige week, en “Pleasant valley sunday”. Maar waar de eerstgenoemde het nog redelijk deed in de Top 40 liep het met de tweede slecht af. Achtereenvolgens stond het nummer in de Tips op 17 (van 20 platen), 11, 1, 2, 1, 4, 4, 1 en 3. Daarna één week in de Top 40 op de onderste plaats. De televisieserie werd na twee seizoenen in 1968 geschrapt. De groep maakte hierna nog een film, en bleef platen maken en optreden. In 1970 stopten de laatste twee overgebleven leden, Davy en Micky, er mee. In later jaren zijn er nog enkele keren reunies geweest. Davy Jones overleed in 2012.

zaterdag 26 augustus 2017

Scott McKenzie - San Fransisco (Week 34 - 1967)

Scott McKenzie werd in 1939 als Philip Wallace Blondheim III geboren in Jacksonville, Florida. Hij groeide op in Alexandria, Virginia, waar hij bevriend raakte met John Phillips, die later furore zou maken met the Mamas and the Papas. De twee zaten in de doo-wop groep the Abstracts die later the Smoothies ging heten. In deze periode besloot Philip een artiestennaam aan te nemen omdat niemand zijn eigen naam verstond. In 1961 richtten McKenzie en Phillips het folktrio the Journeymen op. Er werden drie elpees gemaakt. In 1964 ging dit trio uit elkaar. John Phillips verhuisde naar Californie om daar the Mamas and the Papas op te richten. Scott sloeg een aanbod om hiervan lid te worden af. Als lid van de groep Project X nam hij twee singles op die beiden flopten. Ook een drietal solosingles hadden geen succes. In mei 1967 werd “San Francisco (Be sure to wear flowers in your hair)” uitgebracht. Het nummer werd geschreven door John Phillips die ook met Lou Adler de productie deed. De twee wilden het nummer gebruiken ter promotie van het door hen georganiseerde Monterey International Pop Music Festival. In Amerika werd de plaat uitgebracht op Ode Records, het platenlabel van Adler. San Francisco was de “hippie hoofdstad” van Amerika. Na veel aandacht in de media over met name de wijk Haight-Ashbury trokken veel jongeren hier naartoe. De uitdrukking “Flower power” ontstond in 1965. Verzonnen door de beat poet Allen Ginsberg als symbolische actie tegen de Vietnamoorlog. De hippies omarmden de term door kleurijke kleding met geborduurde bloemen te dragen, ze uit te delen, en in het haar te dragen. De tekst van Phillips bracht alles samen, en de plaat van McKenzie groeide uit tot dè hit van “the summer of love”. De single bereikte de 4e plaats in de Billboard Hot 100. In Engeland en In de Veronica Top 40 bereikte hij de hoogste positie. In de loop van ‘67 had Scott nog succes met “Like an old time movie”. Begin jaren ‘70 stopte hij met platen opnemen. Van 1987 tot 1998 was hij lid van the New Mamas and the Papas. Met, wederom, John Phillips. Scott McKenzie overleed in 2012.

zaterdag 19 augustus 2017

Scott McKenzie - San Fransisco (Week 33 - 1967)

Scott McKenzie werd in 1939 als Philip Wallace Blondheim III geboren in Jacksonville, Florida. Hij groeide op in Alexandria, Virginia, waar hij bevriend raakte met John Phillips, die later furore zou maken met the Mamas and the Papas. De twee zaten in de doo-wop groep the Abstracts die later the Smoothies ging heten. In deze periode besloot Philip een artiestennaam aan te nemen omdat niemand zijn eigen naam verstond. In 1961 richtten McKenzie en Phillips het folktrio the Journeymen op. Er werden drie elpees gemaakt. In 1964 ging dit trio uit elkaar. John Phillips verhuisde naar Californie om daar the Mamas and the Papas op te richten. Scott sloeg een aanbod om hiervan lid te worden af. Als lid van de groep Project X nam hij twee singles op die beiden flopten. Ook een drietal solosingles hadden geen succes. In mei 1967 werd “San Francisco (Be sure to wear flowers in your hair)” uitgebracht. Het nummer werd geschreven door John Phillips die ook met Lou Adler de productie deed. De twee wilden het nummer gebruiken ter promotie van het door hen georganiseerde Monterey International Pop Music Festival. In Amerika werd de plaat uitgebracht op Ode Records, het platenlabel van Adler. San Francisco was de “hippie hoofdstad” van Amerika. Na veel aandacht in de media over met name de wijk Haight-Ashbury trokken veel jongeren hier naartoe. De uitdrukking “Flower power” ontstond in 1965. Verzonnen door de beat poet Allen Ginsberg als symbolische actie tegen de Vietnamoorlog. De hippies omarmden de term door kleurijke kleding met geborduurde bloemen te dragen, ze uit te delen, en in het haar te dragen. De tekst van Phillips bracht alles samen, en de plaat van McKenzie groeide uit tot dè hit van “the summer of love”. De single bereikte de 4e plaats in de Billboard Hot 100. In Engeland en In de Veronica Top 40 bereikte hij de hoogste positie. In de loop van ‘67 had Scott nog succes met “Like an old time movie”. Begin jaren ‘70 stopte hij met platen opnemen. Van 1987 tot 1998 was hij lid van the New Mamas and the Papas. Met, wederom, John Phillips. Scott McKenzie overleed in 2012.